Ik heb mezelf nooit gezien als een huisje-boompje-beestje-persoon. Al van jongs af aan wilde ik er op uit, de wereld in, avonturen beleven. Ergens wil ik dat nog steeds. Maar ik ontdek steeds meer dat de avonturen veel dichterbij huis zijn dan ik dacht.

Toen bleek dat Bonfire echt dicht zou gaan, werden we door God erg bemoedigd om verwachtingsvol te zijn voor de toekomst. Er komen nieuwe dingen! Grotere dingen! A rollercoaster ride.. Yiiihaaaa. Van nature word ik daar dus enthousiast van, en laat ik (als ik niet uitkijk) gerust alles uit handen vallen in afwachting van ‘dat nieuwe’.

Nu, een maand later, is er in wezen nog niet zoveel spannends gebeurd. We hebben elkaar ontmoet in huiskamers, met de Bijbel, een piano, gitaar of afspeellijst, koffie en thee. Er was geen programma, alleen maar een kleurrijk gezelschap van mensen die eerlijk en oprecht naar God verlangen. We hebben harten gedeeld, gezongen en gebeden. Hij was in ons midden. Niet alleen in theorie, maar voelbaar en merkbaar en levensveranderend.

Dit is min of meer wat de eerste gemeenten ook deden: Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde (Hnd. 2:46). Het koninkrijk van God was gekomen, en dit was de uitwerking. Eensgezindheid, eenvoud en vreugde. Want het koninkrijk van God is…gerechtigheid, vrede en vreugde door de Heilige Geest (Rom. 14:7). Er gebeurde natuurlijk nog veel meer, maar dat was vooral vanwege de verdrukking die ze tegenkwamen. Daar waar het koninkrijk van God nog niet (volledig) is, daar wordt het ingewikkeld. Gerechtigheid, vrede en vreugde is eigenlijk heel simpel.

Een vers wat me altijd heeft aangesproken is Genesis 5:24: Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg. Hebreeën zegt hierover: Door het geloof werd Henoch weggenomen, opdat hij de dood niet zou zien. En hij werd niet gevonden, omdat God hem weggenomen had. Vóór zijn wegneming kreeg hij namelijk het getuigenis dat hij God behaagde (Heb. 11:5). Blijkbaar had Henoch iets ontdekt wat maar weinig mensen pakken (naast hem is er maar één ander waarvan de Bijbel zegt dat God hem wegnam), en het was zo simpel dat één vers genoeg is om het te beschrijven. Hij wandelde met God. Of in een andere vertaling: hij leefde in nauwe verbondenheid met God. En dit behaagde God zo erg dat Hij hem gewoon tot zich nam. Geen (voor zover we weten) grote heldendaden en geen rollercoaster, maar zijn leven was een groot succes.

De valkuil van een avontuurlijk persoon is dat je geneigd bent in de toekomst te leven, of beter gezegd: in dromenland. Maar God is de Ik Ben, Hij is in het nu. Wandelen met God vindt plaats in de realiteit van het moment. Niet in het verre, utopische land, maar op de normale doordeweekse dag. Ik geloof in bijzondere roepingen en bedieningen, maar ik verlang er niet meer zo naar als vroeger. Ik heb namelijk ontdekt dat het koninkrijk van God niet bestaat uit roepingen en bedieningen. Roepingen en bedieningen zijn er omdat het koninkrijk van God er nog niet (volledig) is. Want (om dit cliché vers kan ik nu echt niet meer heen) waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, daar ben Ik in hun midden (Mt. 18:20). Daar is het zo ongeveer al de hemel op aarde. Het is eenvoudig, maar absoluut niet saai. Want God is de meest indrukwekkende, verrassende en vrijgevige Persoon die er is. En Hij brengt de beste versies van onszelf naar boven, waardoor het met elkaar ook steeds leuker wordt. Mensen die zich (vaak hardop) afvragen wat we in vredesnaam al die tijd gaan doen in de hemel, hebben het geheim van Henoch (en van Asaf, de schrijver van Psalm 73) nog niet ontdekt:

Wie buiten u heb ik in de hemel?
Naast u wens ik geen ander op aarde.
Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam,
de rots van mijn bestaan, al wat ik heb,
is God, nu en altijd.

Bij God te zijn is mijn enig verlangen.
(Ps. 73:25-26, 28)

Phillian
Bonfire Huis van gebed